Hematologie 2 – de Witte Bloedcellen

In onze vorige Vet-Info bespraken we bondig welke afwijkingen er kunnen voorkomen in de erythrocyten. In deze Vet-Info leggen we ons toe op een bespreking van de leukocyten (witte bloedcellen) en zullen we de voornaamste afwijkingen in leukocyten bespreken. Er zijn 5 types leukocyten: neutrofielen, lymfocyten, eosinofielen, basofielen en monocyten. Bij interpretatie van de aantallen is het steeds aangeraden om naar de absolute aantallen en niet de percentages te kijken. Een toegenomen (leukoytose) of afgenomen (leukopenie) leukocytenaantal is meestal het gevolg van een toe- of afname in het aantal neutrofielen. Toxische veranderingen in leukocyten die gezien kunnen worden op het bloeduitstrijkje, worden niet besproken.

Neutrofilie

  • Kan fysiologisch zijn door stress of inspanning (stijging van maximaal 2x de referentiewaarden, steeds zonder linksverschuiving).
  • Is een vrij aspecifieke bevinding bij inflammatie, neoplasia, immuun gemedieerde aandoeningen of ten gevolge van glucocorticoïden.
  • Linksverschuiving = een toename van het aantal onrijpe, staafkernige neutrofielen. Aanwezigheid wijst op een meer ernstig ziekteverloop:
    • Regeneratieve linksverschuiving: er zijn meer rijpe dan onrijpe neutrofielen aanwezig.
    • Degeneratieve linksverschuiving (slechtere prognose): het totale leukocytengehalte is niet gestegen (en soms zelfs gedaald) en er zijn meer onrijpe dan rijpe neutrofielen.

Neutropenie

  • Mild (1500-3000/µL); matig (500-1500/µL) of erg (<500/µL).
  • Kan het gevolg zijn van 1) verminderde aanmaak in beenmerg ten gevolge van infectie (vb. Parvovirus, Ehrlichia), intoxicatie (vb. estrogen, chloramphenicol, methimazole) of neoplasie 2) immuun gemedieerde afbraak 3) verhoogd verbruik (vb. sepsis)

Lymfocytose

  • Oorzaken voor milde lymfocytose: 1) stress (vooral typisch in jongere dieren en katten) 2) (milde) inflammatie 3) infecties (zoals FIV, FeLV, toxoplasma, Erhlichia) 4) ziekte van Addison.
  • Een (zeer) uitgesproken lymfocytose is meestal indicatief voor een neoplasie (lymfoïde leukemie of stadium V lymfoma).

Eosinofilie

  • Goedaardige oorzaken: 1) allergiën (vlooien, voedsel) 2) mastceltumoren 3) parasitaire infecties (zoals Angiostrongylosis, hartworm) 4) ziekte van Addison.
  • Kwaadaardige oorzaken: 1) weefsel infiltratie met eosinofielen (vb. eosinofiele bronchopneumonie, eosinofiele enteritis) 2) paraneoplastisch (beschreven bij verschillende types tumoren) 2) hypereosinofiel syndroom (vooral bij Rottweiler).

Monocytose

  • Kan veroorzaakt worden door: 1) acute of chronische inflammatie 2) glucocorticoïden 3) chronische granulomateuze aandoeningen (vooral schimmelinfecties) 4) myelomonocytische leukemie.

Stress leukogram en omgekeerd stress leukogram

  • Het stress leukogram (endo-of exogene glucocorticoïden) en inflammatoir leukogram:
    • Zijn identiek en gekenmerkt door neutrofilie, lymfopenie, eosinopenie en monocytose.
    • Een onderscheid dient gemaakt te worden op basis van klinische en andere labo bevindingen, waarbij aanwezigheid van koorts, een linksverschuiving, hypoalbuminemie en hyperglobulinemie wijzen op inflammatie terwijl hyperglycemie wijst op stress (of exogene glucocorticoïden).
  • Een omgekeerde stress leukogram kan voorkomen bij de ziekte van Addison en is gekenmerkt door neutropenie, lymfocytose, eosinofilie en monocytopenie.

 

Related Articles

Responses

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *