Hematologie 1 – de Rode Bloedcellen

Blood cells in the vein

De hematologie of het compleet bloedbeeld is één van de meest gebruikte bloedonderzoeken bij honden en katten. Het geeft ons informatie over de vorm en het aantal bloedcellen, alsook over de hemoglobine concentratie. Een grondige kennis van het interpreteren van hematologie resultaten kan daarom ook bijdragen tot een beter inzicht in wat zich afspeelt bij onze patiënten. In deze Vet-Info zullen we ons focussen op de erythrocyten (rode bloedcellen). De andere bloedcellen zullen aan bod komen in een volgende Vet-Info. Afwijkingen in de erythrocyten komen vaak voor en kunnen gekenmerkt zijn door een toegenomen aantal (erythrocytose), een afgenomen aantal (anemie) of een abnormale grootte (micro- of macrocytose). Een abnormale vorm (poikilocytose) kan ook gezien worden op een bloeduitstrijkje, maar wordt hier niet besproken.

Erythrocytose

  • Kan een normale bevinding zijn bij sommige rassen (Grey hounds, sommige Jack Russell Terriers en Duitse Herders).
  • Kan het gevolg zijn van dehydratatie (in dit geval meestal geassocieerd met een toename van de totale eiwitconcentratie).
  • Oorzaken van `echte` erythrocytose:
    • Primaire erythrocytose (polycythemia vera): erfelijk of verworven (beenmergneoplasie). 
    • Secundaire erythrocytose: door 1) chronische hypoxie 2) een toegenomen EPO (erythropoëtine) productie tengevolge van neoplasia (nieren of andere tumoren).

Anemie

  • Een lagere hematocriet is normaal bij jonge dieren (kleine hondenrassen en katten jonger dan 1 jaar en grote hondenrassen jonger dan 2 jaar).
  • Kan acuut of niet acuut zijn.
  • Kan regeneratief of niet regeneratief zijn: maak een onderscheid op basis van het absolute reticulocytenaantal (regeneratief: hond: > 95 000/µL; kat > 60 000/µL) en het bloeduitstrijkje (anisosytose en polychromasie zijn indicatief voor regeneratie).
  • Oorzaken van anemie:
    • Regeneratieve anemie: 1) hemolyse (meestal met normale totale eiwitconcentratie en bijkomend hyperbilirubinemie, bilirubinurie of hemoglobinemie en hemoglobinurie) 2) bloedverlies (vaak met gedaalde totale eiwitconcentratie, tenzij het een peracute of chronisch intermitterende bloeding betreft).
  • Niet regeneratieve anemie: 1) acute stadium (eerste 3-5 dagen) van hemolyse of bloedverlies 2) endocrinopathie (hypothyroïdie, ziekte van Addison) 3) beenmergpathologie 4) chronische nierziekte 5) chronische ziekte (AID of anemia of inflammatory disease) 5) ijzerdeficiëntie.
  • De Wintrobe`s indices, vooral MCV (mean corpuscular volume) en MCHC (mean corpuscular hemoglobin concentration), kunnen extra informatie geven:
    • Een microcytaire (↓MCV), normo-of hypochrome (N of ↓ MCHC) anemie: typisch voor ijzertekort, AID en feline infectieuze peritonitis.
    • Een macrocytaire (↑MCV), normochrome (normaal MCHC) anemie kan gezien worden in katten met FeLV ter hoogte van het beenmerg.

Microcytose en macrocytose

  • Microcytose = rode bloedcellen met een verlaagd MCV; macrocytose = rode bloedcellen met een gestegen MCV.
  • Kan een artefact zijn (oud staal, verdund staal, agglutinatie)
  • Oorzaken van microcytose: 1) familiale microcytose (zonder klinische klachten) bij veel Oosterse rassen zoals Akita Inu, Abyssijnse kat 2) hyponatremie (vb. Ziekte van Addison) 3) ijzertekort of AID 4) leverpathologie (vb. vaak gezien bij portosystemische shunt)
  • Oorzaken van macrocytose: 1) familiale macrocytose bij Toy Poedel 2) hypernatremie 3) myelodysplasia (voornamelijk geassocieerd met FeLV) 4) regeneratieve anemie (meestal + ↓ MCHC)

Related Articles

Responses

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *