Veelgestelde Vragen over Pancreatitis bij Katten en Honden

Wat is het verschil tussen de SNAP PL®-test (uitgevoerd in de eigen kliniek) en de Spec PLI-test (uitgevoerd in een extern laboratorium)?

Beiden meten dezelfde parameter, namelijk het pancreas-specifieke lipase gehalte. Het verschil tussen beide testen zit in de cut off waarde die gebruikt wordt. De SNAP PL heeft een lagere cut off waarde en wordt positief beschouwd wanneer het pancreas lipase hoger dan 200 µg/l is. Deze test heeft een hoge sensitiviteit voor ACUTE pancreatitis (82%), waardoor vals negatieve resultaten weinig voorkomen. Dit wil zeggen dat het een goede SCREENINGSTEST is, aangezien het merendeel van de dieren met een ACUTE pancreatitis een positieve SNAP PL zullen hebben. Echter, de specificiteit van de SNAP PL voor acute pancreatitis is laag (59%), dit wil zeggen dat deze test veel vals positieve resultaten heeft en dat een positieve test ook kan voorkomen bij dieren die GEEN pancreatitis hebben. Om deze reden is het belangrijk om een positieve SNAP PL telkens te bevestigen met een Spec PLI test in het externe labo. De Spec PLI test heeft een hogere cut off waarde en wordt pas als positief beschouwd bij een waarde hoger dan 400 µg/l. Hierdoor neemt de specificiteit van de test toe (77-100%), waardoor vals positieve resultaten minder voorkomen. Echter, de sensitiviteit neemt af (voor milde acute pancreatitis slechts 21% en voor matige tot ernstige pancreatitis 71%). Er worden bijgevolg meer vals negatieve resultaten verwacht met de Spec PLI. OPGELET: de sensitiviteit voor beide testen is lager in geval van CHRONISCHE pancreatitis. Een negatieve test sluit bijgevolg een chronische pancreatitis niet uit.

Wordt het aangeraden om in een hond of kat met ACUTE pancreatitis antibiotica of corticosteroïden te geven?

In het grote merendeel van honden en katten met een acute pancreatitis betreft het een steriel proces en is er geen indicatie om te starten met antibiotica. Antibiotica zijn daarom enkel aangeraden indien er een sterke verdenking is van een infectieus proces, een bijkomende aandoening aanwezig is zoals bv. aspiratie pneumonie, septische cholangitis, etc; of er tekens van sepsis aanwezig zijn. Corticosteroïden worden niet standaard aangeraden in de behandeling van honden en katten met acute pancreatitis. Echter, een studie (Okanishi H et al, J Small Anim Pract, 2019) in 65 honden met acute pancreatitis waarvan 45 behandeld werden met prednisolone aan 1 mg/kg/dag subcutaan ingespoten tijdens de hospitalisatieperiode en 20 honden die niet behandeld werden met prednisolone, toonde een sneller herstel en betere uitkomst in de honden die behandeld werden met prednisolone. In de humane geneeskunde werden gelijkaardige resultaten gezien. In katten werd het effect van corticosteroïden in de behandeling van acute pancreatitis nog niet onderzocht.

Zijn corticosteroïden aangeraden in honden met CHRONISCHE pancreatitis?

Bij mensen is auto-immune lymfo-plasmacytaire pancreatitis beschreven die gunstig reageert op behandeling met corticosteroïden en in een aantal studies werd gevonden dat de chronische pancreatitis die gezien wordt bij sommige Engelse Cocker Spaniels overeenkomt met de auto-immune pancreatitis die beschreven is bij mensen (Watson PJ et al, Vet Rec, 2010; Watson PJ et al, JVIM, 2011). Hoewel studies die de rol van corticosteroïden in de behandeling van chronische pancreatitis bij honden onderzoeken, ontbreken, zijn er diergeneeskundige gastro-enterologen die behandeling met corticosteroïden aanraden bij honden met chronische pancreatitis die niet reageren op andere behandelingen. Joerg M Steiner, één  van de auteurs van de ACVIM consensusrichtlijnen over pancreatitis bij katten (Forman MA et al, JVIM, 2021) raadt een behandelprotocol aan dat begint met het meten van een baseline Spec cPL-concentratie, gevolgd door prednisolone 2 mg/kg PO 2x/dag gedurende 5 dagen, waarna 1 mg/kg PO 2x/dag gedurende nog eens 5-7 dagen, gevolgd door een controle van de klinische klachten en het opnieuw bepalen van de Spec cPL-concentratie. Indien een verbetering van de klinische klachten gezien wordt en/of als de Spec cPL significant is verlaagd, raadt hij aan om de behandeling met prednisolone verder te zetten in afbouwend schema.

Wat is de prognose voor katten met acute pancreatitis?

Gebaseerd op 4 klinische studies wordt het sterftepercentage van katten met acute pancreatitis geschat op 9-41%. Katten met milde tot matige pancreatitis hebben over het algemeen een goede prognose. Katten met ernstige pancreatitis, met complicaties of met bijkomende aandoeningen hebben over het algemeen een slechte prognose. Geïoniseerde hypocalcemie, hypoglycemie en azotemie zijn allen geassocieerd met een slechtere prognose

Related Articles

Responses

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.