Hematologie 3 – de Bloedplaatjes

In een vorige Vet-Info bespraken we afwijkingen in rode bloedcellen en afwijkingen in witte bloedcellen. In deze Vet-Info bespreken we de bloedplaatjes (thrombocyten). Een afname in het aantal thrombocyten (thrombocytopenie) komt vaak voor. Aangezien de thrombocytentelling vals verlaagd kan zijn door aanwezigheid van aggregaten, is het echter steeds belangrijk om met behulp van een bloeduitstrijkje te controleren of de patiënt werkelijk thrombocytopenie heeft. Normaal zijn er minstens 10 thrombocyten per high power field (HPF) (100x vergroting) op het bloeduitstrijkje aanwezig. Kijk zeker ook steeds naar het uiteinde van het uitstrijkje. Wanneer je hier veel thrombocytenaggregaten ziet, is het normaal dat er minder grote aantallen te zien zijn in de rest van het uitstrijkje. Een toename van het aantal thrombocyten wordt thrombocytose genoemd.

Thrombocytopenie

  • Macrotrombocytopenie is een erfelijke en asymptomatische afwijking die je kan terugvinden bij de Cavalier King Charles Spaniel, Norfolk en Cairn terrier. Hierbij zijn er abnormaal grote thrombocyten met een verminderd totaal aantal aanwezig.
  • Verschillende geneesmiddelen kunnen thrombocytopenie veroorzaken zoals antibiotica (sulfonamiden, cefalosporines, penicillines), NSAIDs, hartmedicatie (procaïnamide, thiazide diuretica), chemotherapeutica, methimazole, oestrogeen.
  • Andere pathologische oorzaken voor thrombocytopenie zijn 1) infecties (kat: FIV, FeLV, panleukopenie, Cytauxzoon felis, Mycoplasma hemofelis; hond: Parvovirus, Adenovirus, Leptospirosis, Ehrlichia, Babesia, Anaplasma, Bartonella, Leishmania) 2) immuun gemedieerde afbraak (deze kan primair zonder onderliggende oorzaak of secundair tegenvolge van een neoplasie, infectie of inflammatie zijn) 3) verhoogd verbruik of sequestratie tengevolge van diffuse intravasale stolling of milt pathologie.

Thrombocytose

  • Primaire thrombocytose: is gekenmerkt door een uitgesproken (>900 000/µL) stijging en het gevolg van een myeloproliferatieve aandoening zoals vb. myeloïde leukemie.
  • Bij secundaire thrombocytose betreft het meestal een milde tot matige stijging (<900 000/µL) tengevolge van chronisch bloedverlies (vaak gastrointestinaal), neoplasie (vaak carcinomen), chronische inflammatie, immuun gemedieerde ziekte en glucocorticoïden.

Related Articles

Responses

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *