Antibiotica en Urineweginfecties

Welk behandeling is aangeraden bij honden en katten met een sporadische (niet gecompliceerde) urineweginfectie (cystitis)?

Bij honden en katten met een sporadische (minder dan 3 keer in 12 maanden) urineweginfectie (=aanwezigheid van lagere urinewegklachten + bevestiging van urineweginfectie door urineonderzoek en cultuur) kan in eerste instantie overwogen worden om alleen te behandelen met een niet-steroïdaal anti-inflammatoir geneesmiddel (NSAID) gedurende 2-4 dagen en om antibiotica pas te starten indien de klinische klachten niet verdwijnen met de NSAID. De keuze van antibiotica wordt idealiter (zeker bij katten) gebaseerd op de resultaten van de urinecultuur. Echter, amoxicilline is in de meeste gevallen een goede eerste keuze. Als amoxicilline zonder clavulaanzuur niet beschikbaar is, is amoxicilline/clavulaanzuur een optie. Trimethoprim-sulfonamiden zijn ook mogelijk. De optimale duur van de behandeling is niet bekend. Verschillende studies tonen aan dat een kuur van 5 dagen in de meeste gevallen voldoende is, daarom is de aanbeveling om gedurende 3-5 dagen te behandelen. 

Wat is het verschil tussen een persisterende urineweginfectie, een relapse van een urineweginfectie en een herinfectie?

Er wordt gesproken van een `persisterende` urineweginfectie wanneer de urinecultuur ondanks behandeling met antibiotica positief blijft. Wanneer de urinecultuur negatief wordt tijdens behandeling, maar kort na behandeling terug positief wordt, wordt er gesproken van een `relapse` of een `herinfectie`. Bij een `relapse` is er meest waarschijnlijk een persisterende nidus (haard) van bacteriën aanwezig (bv. vastzittend op een urolith, een tumor, poliep, chronische pyelonefritis etc.) en is het vaak typisch keer op keer dezelfde bacterie. Een `herinfectie` is meestal het gevolg van een veralgemeende vermindering van de immuniteit (bv. ten gevolge van immunosuppressieve geneesmiddelen, beginnende chronische nierziekte, diabetes mellitus etc) of een anatomische afwijking (bv. gekantelde vulva, ectopische ureters, bindweefselstreng in vagina etc). In dit laatste geval kunnen het telkens verschillende bacteriën zijn of telkens dezelfde. Bij een persisterende infectie kan het gaan om een persisterende nidus (haard) van bacteriën, een verminderde immuniteit of een anatomische afwijking. In al deze gevallen wordt er gesproken van een `gecompliceerde` urineweginfectie en is het aangeraden om verder onderzoek te doen naar een onderliggende oorzaak. Dit bestaat meestal uit volledig bloed- en urineonderzoek (inclusief testen voor zaken als FIV, FeLV, hormoonziektes etc.) en beeldvorming (idealiter echografie van het abdomen) en in sommige gevallen ook meer gespecialiseerde onderzoeken zoals contraststudies en/of een cystoscopie. 

Welke behandeling is aangeraden voor dieren met een terugkerende (chronische) bacteriële cystitis?

Er wordt gesproken van terugkerende bacteriële cystitis wanneer een hond/kat 3 of meer episodes van klinische bacteriële cystitis heeft gedurende een periode van 12 maanden of 2 of meer over een periode van 6 maanden. Het doel van de behandeling is om een klinische genezing te bereiken (oplossing van de klinische klachten). Een microbiologische genezing (een negatieve urinekweek) is wenselijk, maar kan niet altijd worden bereikt. Allereerst is het belangrijk om in gevallen met terugkerende bacteriële cystitis te zoeken naar een mogelijke onderliggende oorzaak of naar predisponerende factoren en deze te behandelen. Verder is een antibioticabehandeling vaak geïndiceerd. De keuze van het antibioticum wordt idealiter altijd gebaseerd op cultuur- en gevoeligheidsresultaten. In afwachting van deze resultaten kan behandeling met een niet-steroïde anti-infllammatoir geneesmiddel (NSAID) worden overwogen, maar empirische therapie met amoxicilline, amoxicilline/clavulaanzuur of een trimetoprim sulfonamide (TMIS) is ook aanvaardbaar. De ideale duur van de behandeling is niet bekend. Voor herinfecties wordt een kortere duur (3-5 dagen) aanbevolen dan voor recidiverende infecties (relapse), waarbij een behandelingsduur van 7-14 dagen wordt aanbevolen. 

Referentie

Weese JW. et al. International Society for Companion Animal Infectious Diseases (ISCAID) guidelines for the diagnosis and management of bacterial urinary tract infections in dogs and cats. Vet J 2019:247:8-25

Wil je meer weten over antibiotica en urineweginfecties? Volg de bijscholing `Antibiotica en Urineweginfectie: Do`s and Dont`s`

In deze bijscholing worden gedetailleerde info en praktische richtlijnen gegeven over het gebruik van antibiotica in geval van bacteriële cystitis, subklinische bacteriurie, prostatitis, pyelonefritis, urinewegcatheters en urolithiase.

Related Articles

Responses

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.